May 9 2009

Delen in het wonder

Aardappeleters, Vincent van Gogh, 1885

Donkerte kleuren
‘Van Gogh schilderde De aardappeleters als kleurexperiment’ zeggen sommige kunstkenners die Van Gogh’s schildertechniek bestuderen. Vincent van Gogh (1853-1890) zou gezocht hebben naar een manier om de donkerte te kleuren. De huidige staat van het meesterdoek doet duister en donker aan. De oorspronkelijke verfstaat liet juist veel kleur zien. De verf op het doek werd donkerder in de loop der tijd.

Van verflaag naar betekenislaag
Misschien ben ik niet de enige die lange tijd dit werk interpreteerde als een weergave van een weerbarstig en verduisterd leven met als lichtpunt de zekerheid van voedsel. De donkere sfeer was doorslaggevend voor deze zienswijze. Uiteindelijk bracht het meisje op de voorgrond mij op een ander spoor: het werk gaat nu volgens mij niet over verlatenheid, maar over verbondenheid. Het gaat over een wonder wat zich voltrekt in het alledaagse leven voor wie er oog voor heeft. Wie er niet op let, ziet het niet. De schildertechnische opmerking over de oorspronkelijke verf bevestigde mij in mijn nieuwe zienswijze.

Of dit spoor ook daadwerkelijk leidt naar de beweegredenen en ervaringen van de kunstenaar valt niet met zekerheid te zeggen. Toch wil ik in dit artikel mijn interpretatie in tekst omzetten. Deels om mijn eigen interpretatie beter te leren kennen (het spoor verder volgen) en deels om via reacties iets te vernemen over de plausibiliteit ervan.

Religieuze gedrevenheid
Ten geleide iets over Vincent van Gogh wat niet iedereen weet. Eerder werkte Van Gogh als predikant onder arme arbeiders in de Borinage, een mijnstreek in het zuiden van België. De vader van Van Gogh, Theodorus van Gogh was dominee in Zundert. Vincent van Gogh groeide aldus op in een religieuze traditie. In het voetspoor van zijn vader probeerde Vincent het volk iets aan te reiken uit zijn eigen religieuze belevingswereld, maar werd vanwege zijn extreme uitingen ontheven uit zijn functie.
Vincent verkoos op eerder aanraden van zijn broer in 1880 kwast voor kansel en won zodoende de ruimte om te zoeken naar een eigen beeldtaal.

Bidden om te worden wie je bent
In de brieven die Vincent heeft geschreven aan zijn broer over het schilderen valt iets te voelen van de gedrevenheid, de strijd, de eenzaamheid en het verlangen om ‘te worden wie je bent’. Vincent verlangde dit voor zichzelf en voor de ander.
Zoals bidden ook een vragen is, zo is het ouvre van Van Gogh ook te zien als één groot gebed. Vervoering, ontzag, vrees, berusting, meditatie en aanbidding zijn terugkerende thema’s in zijn indrukwekkende nalatenschap. In één van zijn brieven aan zijn broer Theo schrijft hij: “Probeer de essentie te begrijpen van wat de grote kunstenaars, de serieuze meesters in hun meesterwerken zeggen, daarin zul je God terugvinden. De een heeft het geschreven of gezegd in een boek, de ander in een schilderij.”

Symboliek
Met De aardappeleters (1885) bereikte Vincent volgens mij het moment waarop hij zijn religieuze weg opnieuw kon volgen; zijn roeping opnieuw verstaan. De predikant had zijn taal gevonden. De aardappeleters was Vincent’s eerste preek in verf.

Enkele voorbeelden van symbooltaal in De aardappeleters die een sterke religieuze drijfveer in het werk van Van Gogh laten zien wil ik graag verduidelijken in het onderstaande betoog.

De essentie van de serieuze meesters
Vincent heeft geleerd van oudere meesters zoals Rembrandt. Voor De aardappeleters maakte Van Gogh gebruik van eerdere ontdekkingen in beeldtaal. Het onderstaande voorbeeld van Rembrandt was zeer waarschijnlijk bekend bij Van Gogh:

Geboorte van Jezus, Rembrandt van Rijn, 1646

Zowel in de compositie als in het gebruik van lichtval zijn er duidelijke overeenkomsten te zien.
Zijn er buiten deze uiterlijke overeenkomsten ook in religieuze zin overeenkomsten aan te wijzen?

Bijzondere alledaagsheid

Ritueel
Het licht roept in beide werken een rituele sfeer op. De personen zijn er om heen gegroepeerd waardoor er een samenkomst wordt uitgebeeld. In het werk van Rembrandt wordt de geboorte van De Christus verbeeld. In het midden zien we de Verlosser in een stralende gloed licht. Op het eerste gezicht misschien inhoudelijk onvergelijkbaar ondanks de overeenkomsten in compositie. Laten we echter niet vergeten dat er heel wat aan vooraf is gegaan voordat wij een kind in een eenvoudige voederbak als iets heiligs zien. Het is niet moeilijk om je een voorstelling te maken van de alledaagsheid hierin.

Avondmaal: brood en wijn; aardappelen en koffie
Juist die bijzondere alledaagsheid komt terug in de maaltijd die Van Gogh schilderde. De maaltijd herhaalt zich waarschijnlijk iedere avond zo, maar heeft tegelijkertijd iets van een plechtig avondmaal. Ogenschijnlijk is deze maaltijd ‘doodnormaal’, maar wie het zo ziet leeft niet in het Koninkrijk Gods.
Tijdens het laatste avondmaal zegt Jezus over het brood ‘dit is mijn lichaam’ en over de wijn ‘dit is mijn bloed’. Brood en wijn belichamen de alledaagsheid. Misschien vergezocht, maar het zou een reden kunnen zijn om aardappelen en koffie tegelijkertijd af te beelden (een min of meer onopgeloste vraag die voorheen altijd werd opgelost met het argument dat dit noodzakelijk is geweest voor de compositie): brood en wijn vertalen zich in Nuenen binnen de context van een avondmaal al snel in aardappelen en koffie!

Zijn zoals een kind
Ook het raadselachtige meisje krijgt in deze visie een veel grotere rol dan louter een compositorische. Via haar krijgt de toeschouwer toegang tot het beeld. De kijker ziet eigenlijk wat het meisje ziet. Als de kijker een ‘zwarte vlek’ ziet dan is de kern van de boodschap verborgen. Wie een stap verder kan kijken kijkt voorbij de zwarte vlek. Zodoende wordt men als kijker het meisje zelf. Met andere woorden: je moet de wereld kunnen zien als een kind om het wonder te kunnen aanschouwen. Is dit Van Gogh’s vertaling van het beroemde nieuwtestamentische vers: Wie het rijk van de Vader wil binnen gaan moet zijn zoals dit kind.”?