Mijn visie op levensbeschouwelijk onderwijs anno 2009
Wat houdt dit vak in? Hoe geven docenten invulling aan dit vak? Wat voor bijdrage kan dit vak leveren aan de vorming van jonge mensen? En wat betekent het voor de samenleving of wat kan het voor de samenleving betekenen?

- ontwerp (c) Bart Hoogendijk
Levensbeschouwing!
Misschien bent u niet bekend met dit vak? Niet iedere school in Nederland biedt namelijk levensbeschouwelijk onderwijs aan. Hoogst waarschijnlijk kent u wel het vak Godsdienst. Tegenwoordig wordt dit vak Godsdienst/Levensbeschouwing genoemd.
Historisch gezien gaan de wortels van dit schoolvak terug naar wat men noemt ‘De schoolstrijd’ waarin de toenmalige inwoners van Nederland streden voor een eigen invulling van de levensbeschouwelijke vorming van hun kroost. Ouders die daar bepaalde opvattingen over hadden mochten een eigen school stichten. Stichtingen werden gesticht en het ‘Bijzonder onderwijs’ werd geboren. De ‘normale scholen’ werden de openbare scholen. Deze scholen werden gesticht door de overheid en beweerden levensbeschouwelijk neutraal te zijn.
Welnu, deze tweedeling bestaat ook anno 2009. Echter zijn er wel wat verschillen met ‘vroeger’. Allereerst dat de inhoud van de groep Bijzondere scholen diverser is geworden met de jaren. Bijzonder onderwijs is nu namelijk ook: Montesorie, antroposofie, Jena-plan, islamitische scholen etc. Toch zijn het wel vaak juist de bijzondere scholen die vak Godsdienst/Levensbeschouwing -of iets wat er op lijkt – aanbieden. Een tweede verschil tussen toen en nu is dat een school toch in eerste instantie een school blijkt te zijn. Veel ‘openbare scholen’ hebben toch iets van een identiteit ontwikkelt en zijn levensbeschouwelijk gezien verre van neutraal. Vice versa zijn ‘bijzondere scholen’ meer open minded geworden; de eens zo levensbelangrijke identiteit IS meer en meer naar de achtergrond geschoven.
Op papier is het allemaal wat ouderwetser dan hoe de dingen in de tegenwoordige praktijk gaan (dit vermoed ik op basis van mijn ervaringen, maar echt onderzoek hiernaar is broodnodig, old school Godsdienstig onderricht komt denk ik nog steeds wel voor en wordt verdedigd met Artikel 23 in de grondwet). Maar die papieren verzuiling zit volgens mij iets belangrijkers in de weg.
Voor de meeste vakken in het onderwijssyteem zijn via overheidswege leerinhouden en kernvaardigheden opgesteld. Dat is niet het geval voor het vak Levensbeschouwing. Grote clubs zoals ‘de protestanten’ en ‘de katholieken’ zijn al jaren druk in de weer in het opstellen en ontwikkelen van raamleerplannen. Deze raamleerplannen geven het vak Godsdienst/Levensbeschouwing iets van een uniforme inhoud. Minpuntje is dat deze raamleerplannen mijns inziens relatief veel aandacht hebben voor grote levensbeschouwelijke tradities terwijl er juist zoveel vraag is naar de ontwikkeling van persoonlijke levensvisies [1].
Veel meer effect op de groei en ontwikkeling van de conceptuele inhoud van het vak Levensbeschouwing hebben de lerarenopleidingen, dat wil zeggen, de mensen die daar werken en degenen die de docenten Godsdienst/Levensbeschouwing opleiden.
Mijn scholing tot docent Levensbeschouwing genoot ik aan de Fontys Hogeschool voor Theologie en Levensbeschouwing te Tilburg. Hier ben ik ´ingewijd´ in het zogenaamde levensvragen-model van Segers en Rijksen [2]. Hun collega Wiskerke schreef er in 2004 een essay over waarin hij pleit voor een update van het model [3].
Het levensvragen-model inclusief update, heeft mijn visie op het vak gevormd. Deze visie wil ik hieronder als docent Levensbeschouwing en als masterstudent voor docent Godsdienst eerste graad (sic!) uiteenzetten zodat vakgenoten – en eenieder die wil – met mij erover van gedachten wisselen.
‘Levensvragen staan centraal in het vak Levensbeschouwing. Reeds in het eerste jaar van de middelbare school wordt met leerlingen het begrip levensvragen besproken. Levensbeschouwing is immers het stil staan bij het leven als geheel. En als men eenmaal ‘stil staat’, dan komen de levensvragen als het ware opborrelen. Anders gezegd, er zijn ervaringen/gebeurtenissen in het leven van ieder mens die haar of hem ertoe brengen om het leven te beschouwen. Dan komen ook levensvragen bij mensen tot leven. Net als gevoelens van begrip, troost, steun, ontzag, maar ook dwang, uitdaging, woede en onbegrip. Van hieruit vraagt het levensbeschouwen van de mens om aandacht; juist omdat het zo fundamenteel aanwezig is in alles. Mensen hebben er niet in de laatste plaats aandacht voor nodig omdat het hen fysisch en psychisch gezond kan houden en omdat het hen ziek kan maken. Dit alles ondergaan mensen meestal onbewust. Zoals dit bijvoorbeeld bij het stellen en beantwoorden van levensvragen het geval is. Mensen gaan mogelijke antwoorden op levensvragen verkennen. Mensen kunnen dan in hun antwoorden een zeker welbevinden ervaren waar zij op zoek naar waren en zullen dan deze antwoorden zich meer en meer toe eigenen/ritualiseren. Vaak slijten deze antwoorden zich dan in, in het onbewuste en worden ze onderdeel van een symbolische praxis.’
Noten:
[1] Maarten Meester schreef in De Volkskrant van zaterdag 7 november 2009 hier een boeiend artikel/essay over: Nieuwe vormen van spiritualiteit, Ietsisten zijn modelburgers
[2] reader Basisbegrippen Levensbeschouwing, Fontys Hogeschool Theologie Levensbeschouwing, door H.Rijksen en L.Segers
[3] N. Wiskerke, De levensvragenbenadering, Aandachtspunten voor een upgrade in: Zinderend denken, Opstellen over levensbeschouwing en moderniteit, Fontys Hogeschool voor Theologie Levensbeschouwing, Tilburg, 2003, p.73-83

